Markt: Slecht gras bestaat niet.

Markt: Slecht gras bestaat niet.

Gras is gras, althans in de ogen van de consument. Hendriks Graszoden, hofleverancier tijdens het WK-voetbal, kent het klappen van zowel de particuliere als professionele zweep. Volgens Wil Hendriks, verantwoordelijk voor de teelt, stoten stenen en kunstgras het natuurgras niet van de troon. “Gras is voordelig, natuurlijk en het is zó mooi! Wij merken nauwelijks afname in interesse.”
Gras is gras, althans in de ogen van de consument. Hendriks Graszoden, hofleverancier tijdens het WK-voetbal, kent het klappen van zowel de particuliere als professionele zweep. Volgens Wil Hendriks, verantwoordelijk voor de teelt, stoten stenen en kunstgras het natuurgras niet van de troon. “Gras is voordelig, natuurlijk en het is zó mooi! Wij merken nauwelijks afname in interesse.”

Het zet geen zoden aan de dijk, luidt een bekend spreekwoord. Daarmee heb je ook in één zin de wordingsgeschiedenis van de graszoden samengevat. De commerciële markt is echter betrekkelijk jong. John Hendriks startte in 1975 het bedrijf Hendriks Graszoden samen met z’n vader op. “Graszoden waren een nieuw fenomeen. Het ging om een groeimarkt, want gras was ‘in’. En daarbij gaven zoden uiteraard meer gemak dan zaaien. We werken hier nu met vier broers samen, waarbij iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. En dat werkt uitstekend”, glimlacht Hendriks.

 

Complexe receptuur

Graszoden kweken lijkt een vak apart en is het ook. De uiteindelijke zode is het resultaat van een uitgekiend mengsel van zaden dat de teler vanuit zijn ervaring samenstelt. Vervolgens moet er nog serieus worden gekeken naar de grondsoort die ingezaaid wordt. Daarbij is lichte grond beter, omdat de planten daarin beter wortel schieten. Die professionaliteit steekt schril af tegen de pragmatische, optische blik van de consument. Hendriks: “Waar kijkt een consument naar? De kleur, het moet mooi groen zijn, de dichtheid van de mat en er mag geen onkruid inzitten. Gewoon low profile, gras is gras. De consument kijkt naar de prijs/kwaliteitverhouding. Vervolgens heeft hij de keuze uit siergras, recreatiegras en een soort die tussen sport- en recreatiegras ligt en iets langzamer groeit.”

Het gereed product kent gretig afname bij hoveniers, tuincentra, groothandel en – voor een klein gedeelte – consumenten. Logischerwijs gebeurt de levering op bestelling omdat de zoden die van het veld afgesneden en vervolgens opgerold worden een beperkte houdbaarheid hebben. Maar voordat het zover is, heeft het gras ongeveer een jaar kunnen groeien. Met name de eerste 6 weken is de verzorging zeer intensief. De bodem moet regelmatig gerold, het gras gemaaid en het onkruid verwijderd worden. “Uiteindelijk moeten we drie keer per week maaien en ervoor zorgen dat het maaisel goed afgevoerd wordt. En dat laatste is zeer belangrijk. Zeker voor de jonge planten. Als we mulchen, krijgen de planten teveel voedingsstoffen. Het gras moet zo zuiver mogelijk blijven: rommel is immers een voedingsbodem voor schimmel. Eens besmet blijft een grasplant altijd heel vatbaar voor schimmels. Maar wij telen en dat is iets anders dan verzorgen. We bemesten het anders omdat we moeten zorgen voor een dichte mat en een goede beworteling.”

 

Ziektes voorkomen

Het duurt een klein jaar voordat een graszode afgesneden kan worden. De gedeeltes die in de herfst gezaaid worden, kunnen in de regel iets eerder geoogst worden. “En als we in het voorjaar zaaien, krijgen we de snelste hechting van de wortels. Je bent in wezen 12 maanden bezig met zaaien en oogsten, vorstperioden uitgezonderd, want je hebt een heel jaar lang zoden nodig. We kunnen in principe nooit voorraden schatten en met voorinkoop werken we niet”, aldus Hendriks.

De teler besteedt dus heel veel aandacht aan zijn product en weet natuurlijk ook als geen ander hoe je gazons moet onderhouden. Hendriks ziet de mooiste resultaten bij een maaifrequentie van twee keer per week. “Als je één keer maait is het gras net iets te lang en valt het na het maaien terug. Daar lijdt het van en het belemmert eigenlijk ook een goede ontwikkeling. Als je vaker maait, voorkom je ziektes en hoef je ook minder te bemesten.”

 

Verkeerde beregening

Een goede bemesting is ook van levensbelang. Het gras moet immers groeien en heeft voedingsstoffen nodig. “Ziek gras heeft een slechte weerstand en wordt bij koud en vochtig weer vatbaar voor schimmels en onkruid. We wachten te lang. Elke vier weken een beetje bemesten, is het beste. Als je met pieken werkt, is dat zeker niet het beste voor het gras. Consumenten beregenen vaak pas als het gras begint te verkleuren. Als je weet dat er een periode van droogte aankomt, moet je meteen beginnen met sproeien. Dan verbruik je over de hele linie nog minder water ook”, aldus de grasgoeroe.

Verschillende factoren, van trend tot innovatie, vormen een serieuze bedreiging voor het gras. De tuinen worden kleiner, het gebruik van harde materialen is populair en ook kunstgras is aan een opmars bezig. Op papier althans, als we Hendriks moeten geloven. “Veel mensen maken een denkfout. Tuinen met stenen zijn vijf tot zes keer zo duur en ze worden ook geel en groen, dus moet je ze ook onderhouden. Ook kunstgras is prijzig, zeker in aanleg. Er komt heel wat bij kijken. En ook dat vraagt onderhoud. Als je kunstgras niet goed bijhoudt, krijg je de rommel er niet meer uit. Gras is voordelig, natuurlijk en het is zó mooi! Wij merken nauwelijks afname in interesse.”

 

‘Glucosevrije’ stadions

De ontwikkeling in het sportgras maakte in de jaren ‘90 een stormachtige ontwikkeling door, zeker ook kweek- en onderhoudstechnisch gezien. Onder impuls van de Amsterdam Arena kregen voetbalstadions te maken met een nieuw fenomeen: ze moesten multifunctioneel zijn. “Het werden eigenlijk meer theaters met een dak en dat levert voor de grasmat problemen op. Het gras groeit niet omdat het te veel vocht en te weinig licht krijgt. Zo moest in de Arena soms wel elke 2 à 6 weken een nieuwe mat gelegd worden. Gras heeft licht nodig om glucose te maken. Als dat te weinig is gaat het meer blad maken. Dat vraagt weer om meer voedingsstoffen. Vervolgens leg je snel weer nieuwe zoden met zand, maar uiteindelijk slibt de bodem dicht en wordt de bovenlaag vet. Met alle gevolgen van dien”, legt Hendriks uit.

Daaruit blijkt al dat het bij het groene laken niet alleen draait om het gras. Een decennium eerder voerden onze oosterburen een DIN-norm waarin de korrelgrootte van de bodem bepaald is. Hendriks: “Kort gezegd komt het erop neer dat het hemelwater dat tijdens een flinke onweersbui valt, binnen 5 minuten weg moet zijn. Dan heb je specialisatie nodig want je moet de bodem bekijken in combinatie met speciale grassen. Met die nieuwe taak is een terreinknecht of groundsman belast.”

 

Overschat kunstgras

Ook in de sportwereld is kunstgras in opkomst. Op zich vindt Hendriks dat een logische ontwikkeling, maar dan uitsluitend als trainingsondergrond. “Trainen is toch anders als een wedstrijd spelen. Het veld wordt namelijk extra belast, dus is kunstgras een goed alternatief voor trainingsaccommodaties. Vraag je echter aan sporters waar ze graag op spelen, dan antwoordt 99% natuurgras. Ook de jeugd voetbalt thuis of elders na school op natuurgras, het is zo natuurlijk. En kunstgras heeft ook nadelen. De mat is hard, het rubber kan behoorlijk warm worden, het ruikt anders. Bovendien geeft natuurlijk gras altijd vocht af, wat weer fijn is bij slidings. En natuurlijk kun je kunstgras sproeien, maar na een half uur is het effect weg. Kunstgras wordt, mijns inziens, teveel geprezen. Dat geldt overigens niet voor de natuurmatten met kunstvezelconstructie.”

Ook achter de opgegeven levensduur zet Hendriks zijn vraagtekens. De 10 tot 15 jaar zijn volgens hem aan de hoge kant. “Vijf tot acht jaar vind ik reëler. En dan zit je met chemisch afval te kijken. Een afgekeurde natuurmat vermalen wij weer tot compost. En laten we eerlijk zijn, de telers zitten ook niet stil. De rassen verbeteren, de teelttechnieken veranderen, wij maken ook een proces door. Zo kunnen wij zoden leveren van 240 cm. Die breedte voert nog niemand.”

 

Verwachtingspatroon

Dergelijk formaat zoden vragen op de eerste plaats een flinke investering, maar leveren aan het eind van de rit natuurlijk wel wat op. De machines die voor het afsnijden, leggen en prepareren onder eigen regie gemaakt worden, kosten zo’n kleine € 200.000,-. Hendriks noemt die ontwikkeling ook een proces. “De zaadhandel zoekt naar betere rassen, wij naar betere en efficiëntere legtechnieken. Maar in de optiek van de klant blijft het product hetzelfde. Kijk, in een stadion moet de mat direct bespeelbaar zijn, zoals onlangs in Hamburg bijvoorbeeld. Vrijdag was er een popconcert, zaterdag hebben we een nieuwe mat gelegd en zondag werd weer gevoetbald. Een toeschouwer ziet het niet: zij moeten bovendien over voetbal praten, niet over het gras. En tijdens het WK hadden we een contract met de FIFA waarin vastgelegd lag dat wij een mat overnacht moesten kunnen vervangen. Met de nieuwe technieken is dat geen enkel probleem.”

Ondanks alle ontwikkelingen is Hendriks ervan overtuigd dat er geen gras zal komen dat nooit vervangen hoeft te worden. Het zou theoretisch misschien wel mogelijk zijn, maar dan door genetische manipulatie. “Maar dat is nog niet geaccepteerd. Een natuurlijk speelt het milieudenken een belangrijke rol. De assimilatieverlichting in stadions kost heel veel stroom, maar is nodig. Een nieuwe mat zou een milieuvriendelijkere oplossing zijn. Bovendien zou je wat minder kunnen spuiten en onkruid op een mechanische manier verwijderen. Spuiten gaat altijd ten koste van het gras. Het vraagt een bepaalde manier van denken. Maar één ding is zeker: slecht gras bestaat niet, alleen de verwachtingen zijn veel te hoog gespannen.”

Reactie toevoegen

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief