Niet door de hakselaar, maar onder de hamer

Niet door de hakselaar, maar onder de hamer

Houthandelaren,meubelmakers, kunstenaars en vioolbouwers waren afgelopen weekend te vinden op de jaarlijkse rondhoutveiling in Velp.

Een peervormige lijsterbes, “die wordt waarschijnlijk de klapper van de veiling”, zegt Meindert Bruggemans van de Unie van Bosgroepen, die de veiling organiseert. De boomstam naast hem heeft een omtrek van bijna vier meter. “Het is een bijzondere soort, het hout is heel zwaar en heeft een grote duurzaamheid. En deze heeft een uitzonderlijke diameter. In Duitsland wordt hier meer dan duizend euro per kuub voor betaald.”

De bijzondere stam ligt in een bijna oneindige rij boomstammen aan de rand van het bos bij Arnhem. Dit is de tijdelijke ‘rolbaan’ van de Nederlandse rondhoutveiling, waar alle koopwaar voor de veiling wordt getoond. Maar liefst 1232 kubieke meter aan hout ligt er. “Zo’n 200.000 euro bij elkaar”, schat Bruggemans.

Kwaliteitshout, daar gaat het om bij de veiling. Het meeste hout uit de Nederlandse bossen levert veel minder op. Het wordt in bulk naar de papierfabriek gereden, of er worden pallets of kistjes van gemaakt. De stammen op de veiling hebben een veel duurzamere en waardevollere toekomst: vloeren, meubels, muziekinstrumenten en kunst wordt ervan gemaakt. Het summum is fineer, hout dat in ultradunne laagjes wordt gebruikt als sierlijke afdekking van meubels en voor het interieur van luxejachten. “Daarvoor moet de houtstructuur echt perfect zijn”, legt Bruggemans uit.

“Op onze veiling zijn maar enkele stammen hiervoor geschikt. In het buitenland zitten alle handelaren bij zo’n veiling er alleen voor fineer, zij kijken een beetje neerbuigend naar ons. Wij hebben ook hout dat heel interessant is voor andere bijzondere toepassingen. We hebben 55 verschillende boomsoorten, daar komt heel ander publiek op af, zoals meubelmakers en kunstenaars.”

Bruggemans loopt langs de stammen en weet over alles iets te vertellen. Een lange rij stammen betreft hout van de inlandse eik, die het best is vertegenwoordigd op de veiling. “Die heeft een redelijk stabiele waarde en wat hier ligt is van hoge kwaliteit.” Die prijs is afhankelijk van de kwaliteit en die wordt niet alleen bepaald door de lengte, diameter en rechtheid van de stam, maar ook door hoe het hout er vanbinnen uitziet. “Het is belangrijk om in de stam te kijken”, zegt Bruggemans bij een van de dikste eiken. “Bij deze zit de kern mooi in het midden, de jaarringen zijn goed verdeeld, daar kun je prachtige planken van zagen.”

Krom als een banaan
Niet alle stammen op de rolbaan voldoen aan het geschetste schoonheidsideaal. Bruggemans wijst op een dikke boom met een zogenoemde sterscheur in het hout. “Als je daar planken van wilt zagen, dan valt je plank uit elkaar, maar een restaurateur die bijvoorbeeld een balk van 30 bij 30 centimeter nodig heeft voor een grachtenpand, kan dit hout juist prima gebruiken.” Twee eiken zo krom als een banaan liggen er ook tussen, evenals exemplaren met een enorm gezwel.

“Die eikenkrommers worden door bosbeheerders nog weleens door de hakselaar gehaald, maar scheepsbouwers zijn juist op zoek naar kromme stammen. Anders moeten ze met warmte en water die kromming voor elkaar krijgen. Als die er van nature al is, hebben ze daar veel geld voor over. En die gezwellen zijn ook populair, vanwege de draaiing en de spannende tekening. Ze worden gebruikt voor tafelbladen, maar ook voor Boeddhabeeldjes.”

Behalve inlandse eiken ligt er ook een Amerikaanse eik. “Twee jaar geleden hadden we een Amerikaanse eik die tienduizend euro opleverde, een absoluut record. Sindsdien hebben we elk jaar weer verkopers die ook hopen op zo’n klapper.”

Bruggemans organiseert de veiling al 23 jaar. De eerste keer, hij was nog werkzaam voor de gemeente Arnhem, ging het om mooie grote bomen uit Park Sonsbeek die voor een laagwaardige toepassing afgevoerd dreigden te worden. De veiling werd uitgebreid en verhuisde met hem mee naar de Bosgroepen. Sindsdien is er alleen maar meer aandacht voor kwaliteitshout. Afgelopen maanden gingen hij en vier andere keurmeesters door het land op bezoek bij boseigenaren, die dachten iets bijzonders omgezaagd te hebben. “Eerder verdwenen nog wel eens prachtige, rechte grove dennen als houtkrullen in een paardenstal. Terwijl ze ook als meubels nog tientallen jaren ergens in een woonkamer kunnen staan.”

Bosbeheerders zijn de laatste jaren, al dan niet noodgedwongen, steeds meer gericht op houtoogst. “Het is geen vies woord meer”, ­aldus Bruggemans. Toch is er momenteel veel ophef over grootschalige kap door Staatsbos­beheer. “Dat gebeurt in het kader van verjonging van het bos. Dat is ook nodig om in de toekomst mooi hout te kunnen oogsten”, vertelt Bruggemans. Naast de organisatie van de veiling adviseert hij ook boseigenaren over beheer. “Verjonging hoef je niet te doen met kaalkap, je kunt het ook kleinschalig doen. Dat is beter voor het bosklimaat en voorkomt uitspoeling van mineralen uit de bodem.”

Een van de volgende bomen in de rij is een zeldzame Himalaya-iep. Deze boom heeft niet bepaald een mooie kern en gelijkmatige jaarringen. “Daardoor heeft deze meer spanning op het hout, dat maakt het minder sterk. Maar omdat het een heel bijzondere soort is, verwachten we toch dat hij aardig wat zal opleveren. Veel kopers, zeker kunstenaars, gaat het vooral om het verhaal. Op bomen met een verhaal wordt net zo gretig geboden als op kwaliteitshout. En dit is gewoon een bijzondere soort, er staan er maar twee van in heel Europa. Nou ja, nu nog maar eentje dus. Voor de ­andere hopen we op een mooie duurzame bestemming.”

Tussen alle woudreuzen liggen plots wat kleine stammetjes van goudenregen, moerbei en christusdoorn, eerder snoeihout uit de tuin dan serieuze boomstammen. Toch is ook dit interessant veilingmateriaal, meent Bruggemans. “Goudenregen wordt niet zo dik, maar het hout is heel geschikt voor deurknoppen en schaakstukken. Dus er zijn zeker mensen die deze stammetjes willen hebben.”

En voor veel soorten hout bestaat een ­nichemarkt. “Ik heb deze week een biedingsnummer gestuurd naar een man die houten ­urnen maakt. De gaten in het hout vult hij op met steengruis, dus hij zoekt helemaal geen hout van A-kwaliteit; het kan hem niet lelijk genoeg zijn. Zo zit er voor iedereen wel wat bijzonders bij.”

Bron: www.trouw.nl/groen

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief